| De plaats die uit mijn hoofd viel of
Er is een toren, een gang, een beeld een langzame handzame minaar en enkele objecten die ik een naam geef die ze niet hebben.
Langs de muur groeien nu ook de letters als getuigen voor wie achteloos passeert, als een dreiging voor wie ze leest, als goedlachse kronkels voor alle anderen.
De deuren openen zich meestal wanneer je dat het minst verwacht, veelal komt er dan een reisgezel met nieuws, getooid in kleren die door anderen pas jaren later worden gevat
De vloer heeft zich gevormd door het dichten van de kuil, die hier zo heerste en waarin zoveel verdween
De gallerij is een bos, een steun voor wie dat zoekt, een gammele constructie, zoveel is zeker, honden lopen af en aan, en berieken, maar kinderen doen ze niets
De schilderijen bestaan uit één kleur die niemand eerder zag de zolder ruikt naar verse verf
In de keukens wordt er hard gelachen in de eerste uren van de dag, daarna komt het koortsig zoeken naar recepten, het koortsdromen en falen, niet één gerecht wordt door iedereen gesmaakt
de lianen zijn de eerste linie; waaraan ze zijn bevestigd doet niet meer terzake : zovele jaren reeds verstaat men hier de kunst geen vragen te stellen, wie zich veilig waant valt het laatst
In een ommegang die een cirkel behelst gevormd met platgetreden paden en stukken leisteen, verdringen zich kijklustigen, deze plaats wordt gezegd is zo makkelijk en toch loopt hier hoop en al niet meer dan het eerste langzame vergeten.
Metgzellen dansen me of vragen me ten dans of dansen in de danszaal die in de steigers staat ik wankel als ik wil verleiden, ik sta als steen voor wie ik achterliet, ik zweef voor een leven en vergrond tenslotte want
het is laat op de dag als de kelders zich sluiten : de enige ruimten die op sleutel staan. Het opheffen van kuilen is een oud métier, maar nog steeds wordt het niet beheerst tot in het allerdiepste . |